Gemeente Amsterdam
Gemeenteraad
Gemeenteblad
Schriftelijke vragen
R
1
Jaar
2010
Afdeling
1
Nummer
303
Publicatiedatum
2 juli 2010
Onderwerp
Beantwoording aanvullende schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw N. Frijda
van 26 april 2010 inzake inzake het project Noord/Zuidlijn.
Amsterdam, 28 juni 2010
Aan de gemeenteraad
Inleiding.
De beantwoording van de schriftelijke vragen van de fractie van Red Amsterdam,
ingediend op 16 maart 2009, goedgekeurd door wethouder Gerson op 8 april en
gepubliceerd op 9 april 2009 in afdeling 1 van het gemeenteblad onder nr. 190 is
reden voor de fractie Red Amsterdam om op enkele punten verheldering van het
college van burgemeester en wethouders te vragen.
Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 26 april 2010, namens de fractie
van Red Amsterdam, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de
raad van Amsterdam, de volgende aanvullende schriftelijke vragen tot het college van
burgemeester en wethouders gericht:
1. In de beantwoording van vraag 1 van de door vragenstelster op 16 maart 2009
ingediende schriftelijke vragen over de bouw van de Noord/Zuidlijn wordt gesteld
dat het openbaar maken van het feit dat een risico in het risico-register van de
Noord/Zuidlijn is opgenomen al schadelijk kan zijn voor de financiële positie van
de gemeente (gepubliceerd op 9 april 2009 in afdeling 1 van het gemeenteblad
onder nr. 190).
a Kan het college verklaren op welke wijze het openbaar maken van het feit dat
een risico is opgenomen in het risico-register de financiële positie van de
gemeente kan schaden?
Antwoord:
Als bekend is dat de gemeente een risico heeft opgenomen in de risico-
database, kan worden afgeleid dat er waarschijnlijk ook een bedrag voor is
ingeboekt, los van de vraag of bekend is hoe hoog dit bedrag precies is. Dit
kan aanleiding zijn voor het indienen van een meerwerkverzoek, waar dit
anders niet zou zijn gedaan.
pg_0002
Jaar 2010
Afdeling 1
Nummer 303
Datum 2 juli 2010
Gemeente Amsterdam
Gemeenteblad
Schriftelijke vragen, maandag 26 april 2010
R
2
b Erkent het college dat de gemeente Amsterdam als opdrachtgever gehouden
is alle technische gegevens met betrekking tot de onderscheiden risico's
beschikbaar te stellen aan de aannemers? Zo ja, erkent het college dat het
vrijgeven van slechts de technische gegevens uit het risico-register de positie
van de aannemers ten opzichte van de gemeente niet verandert (verbetert)?
Antwoord:
Er is geen contractuele verplichting om technische informatie aangaande
risico’s te delen met de aannemende partijen. Echter, voor de beheersing van
het project wordt – zowel in het belang van de Gemeente als de aannemers -
de relevante technische informatie aangaande de risico’s in het project
gedeeld en besproken met de aannemers. Zo worden er ten aanzien van de
projectplanning periodiek verificatiesessies met de aannemers gehouden en
worden beheersmaatregelen met elkaar besproken. Dit betekent echter niet
dat het geen kwaad kan openbaar te maken welke technische risico’s in de
risicodatabase zijn opgenomen. Zoals hiervoor onder a gemeld kan daar
immers uit worden afgeleid dat de gemeente waarschijnlijk ook een financiële
vertaling van dat technische risico heeft opgenomen.
2. In het antwoord op vraag 8 van de door vragenstelster op 16 maart 2009
ingediende schriftelijke vragen over het contract boortunnels (deel uitmakend van
dezelfde reeks vragen over de Noord/Zuidlijn) wordt gesteld dat onderhandeld is
over een contractaanpassing waarbij het boren meer prestatiegericht gemaakt
wordt en de risicoverdeling herzien wordt, zodat meer risico's onder de
verantwoordelijkheid van de aannemer vallen (gepubliceerd op 9 april 2009 in
afdeling 1 van het gemeenteblad onder nr. 190).
a Welke prestatiecriteria voor het boren worden opgenomen in het herziene
contract?
Antwoord:
Er is een vaste prijs voor het boren afgesproken in plaats van een
beschikbaarheidsafspraak conform het oude contract. Op deze wijze heeft de
aannemer een prikkel om de boortunnel tijdig af te leveren.
b Zijn in dit contract ook criteria opgenomen met betrekking tot maximaal
toelaatbare zettingen? Zo ja, welke?
Antwoord:
Nee.
c Welke risico's zijn verschoven van de gemeente naar de aannemer en tot
welke extra kosten voor de gemeente leidt dit?
Antwoord:
Dit zijn met name de uitvoeringsrisico’s en risico’s als gevolg van slecht
onderhoud waarvan volgens het bestaande contract een groot deel bij de
Gemeente lag.
pg_0003
Jaar 2010
Afdeling 1
Nummer 303
Datum 2 juli 2010
Gemeente Amsterdam
Gemeenteblad
Schriftelijke vragen, maandag 26 april 2010
R
3
d Zijn de onder c genoemde kosten verdisconteerd in het 4e kwartaalverslag
2009 en in de Financiële prognose per 1 januari 2010?
Antwoord:
Al deze kosten zijn in het kwartaalverslag Q4-2009 en de financiële prognose
1 januari 2010 meegenomen.
3. In het antwoord op vraag 12 van de door vragenstelster op 16 maart 2009
ingediende schriftelijke vragen over de ontgraving van station Vijzelgracht wordt
gesteld dat het onderzoek naar ontgraving onder hoge luchtdruk nog volop bezig
is en dat het college na afronding hiervan aan de gemeenteraad zal rapporteren
(gepubliceerd op 9 april 2009 in afdeling 1 van het gemeenteblad onder nr. 190).
a Acht het college het verantwoord station Vijzelgracht verder te ontgraven
zonder dat nog duidelijk is tot welke diepte het verantwoord is te ontgraven
zonder hoge luchtdruk. Zo ja, waarom?
Antwoord:
Er kan in ieder geval verantwoord naar een bepaalde diepte (op dit moment
vastgesteld op tenminste 25,5 meter onder NAP) gegraven worden zonder dat
er gevaar optreedt voor opbarsten o.i.d.
b Welke deskundigen zijn verantwoordelijk voor het onderzoek naar ontgraving
onder hoge luchtdruk en wanneer zal dit zijn afgerond?
Antwoord:
In een Task Force wordt gewerkt met als doel de werkwijze vast te stellen om
de diepe ontgraving van station Vijzelgracht verantwoord te laten
plaatsvinden. In de Task Force nemen deskundigen deel van het
Adviesbureau Noord/Zuidlijn, Deltares en de uitvoerend aannemer Max Bögl.
De Task Force wordt aangestuurd door de Dienst Noord/Zuidlijn. Naast de
deskundigen van het Adviesbureau en Deltares worden voor specifieke
onderdelen externe onafhankelijke specialisten betrokken. Doelstelling is in
juli/augustus 2010 de te hanteren werkwijze definitief vast te stellen.
c Hoever zal de ontgraving zijn gevorderd bij afronding van het onder b
genoemde onderzoek?
Antwoord:
In juli/augustus 2010 zal de ontgraving naar verwachting tot circa 19 meter
onder NAP zijn gevorderd (het perrondak wordt dan gemaakt).
d Deelt het college de conclusies van het rapport 'Verticaal Evenwicht' van
Geodelft met betrekking tot de ontgraving van station Vijzelgracht? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord:
Verondersteld wordt dat hier de brief d.d. 21-02-2007 van Geodelft wordt
bedoeld (thans Deltares). De Dienst Noord/Zuidlijn kan zich vinden in deze
conclusie en aanbevelingen en handelt hiernaar. Het opvolgen van
aanbeveling 2 (het uitvoeren van een pompproef naar de bemaalbaarheid van
pg_0004
Jaar 2010
Afdeling 1
Nummer 303
Datum 2 juli 2010
Gemeente Amsterdam
Gemeenteblad
Schriftelijke vragen, maandag 26 april 2010
R
4
de grond) heeft ertoe geleid dat de ontwerpberekeningen en
uitvoeringsystematiek opnieuw worden doorgenomen, zoals aangegeven
onder 3b.
e Hoe staat het college tegenover de conclusies van het rapport van prof.
Vermeer van de Universität Stuttgart met betrekking tot de ontgraving onder
hoge luchtdruk?
Antwoord:
Het is ons niet duidelijk welk rapport vragensteller bedoelt. Wel is ons bekend
dat het Adviesbureau bij het opstellen van het berekeningsmodel voor de
evenwichtsberekening advies heeft ingewonnen bij prof. Vermeer. Prof.
Vermeer is specialist op een zeer specifiek gebied, namelijk
berekeningsmodellen van grondgedrag, zoals Plaxis. Het advies van Prof.
Vermeer is verwerkt in het berekeningsmodel. Prof. Vermeer is thans
werkzaam bij Deltares, adviseur van de Dienst Noord/Zuidlijn.
f Heeft prof. Vermeer kunnen aantonen dat bij ontgraving van station
Vijzelgracht zonder hoge luchtdruk het verticaal evenwicht onder alle
omstandigheden gehandhaafd kan worden? Zo ja, kunnen deze
berekeningen openbaar gemaakt worden?
Antwoord:
Prof. Vermeer heeft op een specifiek onderdeel advies gegeven en heeft
derhalve geen integrale beschouwing gemaakt van de aanvaardbaar veilig te
hanteren werkmethode voor de diepe ontgraving van station Vijzelgracht (zie
3E). Daar buigen het Adviesbureau en Deltares zich over, die aangeven dat
het verticaal evenwicht gewaarborgd is indien aan een aantal voorwaarden
kan worden voldaan. Eén van de voorwaarden is de bemaalbaarheid van de
tussenzandlaag. Om dit aan te tonen worden aanvullende pompproeven
uitgevoerd.
Burgemeester en wethouders van Amsterdam
H. de Jong, secretaris
L.F. Asscher, waarnemend burgemeester