Bron: Raad
Type document: notulen
Onderwerp: Raadsvergadering 16 januari 2002 (avond)
Datum publicatie:20-03-2002
Datum Raad:16-01-2002
 
Tekst:
 
Avondzitting op woensdag 16 januari 2002.
 
Voorzitter: mr. M.J. Cohen, burgemeester.
 
Secretaris: drs. E. Gerritsen, gemeentesecretaris
 
De voorzitter heropent om 19.30 uur de des middags geschorste
vergadering en stelt aan de orde de behandeling van:
 
7
Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 29 november 2001
inzake het project Tweede Coentunnel/Westrandweg (Gemeenteblad
2001, afd. 1, nr. 944).
 
De heer BIJLSMA: Mijnheer de Voorzitter. Toen dit onderwerp in
december jl. op de agenda stond, hebben wij de wens van een
aantal fracties om de behandeling uit te stellen gehonoreerd.
Achteraf heb ik daarvan spijt. Wij waren ons er toen niet van
bewust dat een paar weken daarna het onderwerp ook op de agenda
stond van de ROA-raad met als gevolg dat wij de ROA-
raadsvergadering hebben gehad zonder te kunnen beschikken over
het standpunt van deze Raad. Dat moeten wij in de toekomst
beter regelen.
Ik heb in de ROA-raad een aantal kanttekeningen gemaakt
die ik ook hier zal maken. Het voorstel van het College om een
bepaalde oplossing te kiezen voor de vormgeving van de tunnel
is aan de orde omdat bij het Bereikbaarheidsoffensief ineens
geld is vrijgekomen, weliswaar nog niet genoeg maar wel veel.
Daarmee is de mogelijke uitvoering van de aanleg van de
Coentunnel en de Westrandweg dichterbij gekomen. Twee jaar
geleden stond dat gepland voor 2010 en dat is dus meer dan naar
voren gehaald. In al die jaren is Amsterdam redelijk consistent
geweest in de redenering dat - ook de fractie van de PvdA denkt
daar zo over - als de Coentunnel wordt aangelegd, dit niet moet
leiden tot meer verkeer en meer congestie een paar kilometer
verderop. Dan zijn wij verkeerd bezig.
Om die reden heeft men voorgesteld te onderzoeken of het
mogelijk is de Coentunnel op een zodanige manier aan te leggen
dat voor bepaalde doelgroepen aparte stroken kunnen worden
gemaakt. Dat onderzoek is uitgevoerd nadat het geld van de BONR
vorig jaar op tafel is gekomen. De minister heeft wel gezegd
dat het een constructie moet zijn waarbij ook het particuliere
bedrijfsleven met de nodige pecunia op tafel moet komen, een
bedrag van drie- tot vierhonderd miljoen gulden. Naar
aanleiding daarvan is de commissie-Blankert aan de gang gegaan.
Zij trekt twee conclusies: Ten eerste is er op dit moment
geen particuliere investeerder te vinden die bereid is drie-
tot vierhonderd miljoen gulden in de Coentunnel te steken. Dat
is een onbegaanbare weg. De tweede conclusie is dat stroken
voor aparte doelgroepen technisch niet mogelijk zijn. Zij
kunnen wel worden aangelegd in de tunnel, maar buiten de tunnel
komt men in problemen omdat men dusdanige ingewikkelde
vlechtconstructies krijgt dat onmiddellijk files ontstaan. Wij
hebben dat uitvoerig in de commissie bekeken. Ik was niet
meteen overtuigd. Onze fractie heeft zich ervan laten
overtuigen dat die technische uitvoerbaarheid inderdaad zodanig
is dat aparte doelstellingstroken in de Coentunnel wel kunnen,
maar een lijntje verderop raakt men dan in problemen. Met
andere woorden: het is geen begaanbare weg. Dan zitten wij met
het volgende probleem. De komende tien jaar neemt de
hoeveelheid mobiliteit met ca. 50 procent toe. Iedereen weet
dat, wat voor tunnel men ook aanlegt, dat nooit geaccommodeerd
kan worden. Ik raad iedereen het boekje De filethermometer aan
dat ieder jaar uitkomt van de A10 en aansluitende wegen. Daarin
staan twee feiten over de periode van 1996 tot en met 2000.
Terwijl de hoeveelheid verkeer toeneemt met twee procent, is
het aantal files met zestien procent per jaar toegenomen. Het
laatste jaar zelfs, dus 2000 vergeleken met 1999, met bijna 30
procent in de avondspits. De ochtendspits neemt niet meer toe.
Daar was ik verbaasd over. De capaciteit van de aanvoerende
wegen is namelijk zodanig gebruikt dat het gewoon vol zit. Er
kan niets meer bij, dus de toename is nul. Wij zitten aan onze
top. Als dit zo in dit tempo doorgaat, lopen wij binnen enkele
jaren helemaal vast op de A10 en dat betekent dat ook het
essenti‰le autoverkeer van en naar deze stad er niet meer in en
uit kan. Die situatie moet niemand van ons willen.
(De heer PAQUAY: U zegt dat uit het onderzoek
blijkt dat in de ochtendspits de files niet meer langer worden.
Zou u omgekeerd kunnen zeggen dat daarmee het probleem van de
ochtendspits is opgelost?)
Het antwoord is nee, want u spreekt niet over de
oplossing van het fileprobleem maar de toename van filezwaarte.
De lengte van de file neemt niet meer toe op normale dagen
omdat de aanvoerende wegen vol zitten. Duowegen houdt in dat
men die aanvoerende wegen verbreedt en daarvoor zijn plannen.
Dan komen wij nog meer in problemen want de avondspits is zoals
gezegd in ‚‚n jaar met 30 procent uitgebreid en de avond- en
ochtendspits groeien naar elkaar toe. Op een zeker moment komen
wij op het punt dat de hele dag de zaak volledig vast zit. Hoe
lossen wij dit probleem op? Dat is voor een belangrijk deel in
de komende jaren afhankelijk van de noord-zuidverbinding per
openbaar vervoer. Het is dan ook een noodzakelijke
randvoorwaarde dat de besluiten over die zaken worden genomen
en dan noem ik het Hemspoor dat nu in aanleg is maar ook waar
de perrons moeten komen. Voor dat laatste is geld en dat is
geregeld. Essentieel is ook de regionale aftakking en studies
naar de mogelijkheid om bijvoorbeeld onze ringlijn naar Zaandam
te laten rijden op het bestaande spoor. Ik noem ook de
mogelijkheid om te bestuderen of wij de stoptrein niet op een
betere en effici‰nter manier kunnen laten rijden. Het is een
idee de NS-stoptrein als pilotproject naar deze regio te halen.
De besluitvorming ligt bij deze regio. Wij denken dat dit voor
de Raad zeer noodzakelijk is.
Voor het autoverkeer is ‚‚n voorwaarde absoluut
essentieel, die ook door het ROA en het College wordt genoemd,
namelijk dat als de aanleg plaatsvindt aan de hand van een
aantal criteria, moet worden gekeken dat in ieder geval door
die wijziging geen verdere congestie mag optreden op de A10-
west. Het mag een kilometer verderop niet leiden tot
filevorming. Dan zijn wij verkeerd bezig. Dat kan alleen maar
als tegen die tijd de kilometerheffing is ingevoerd en wij de
Coentunnel tot onze beschikking hebben. Gezien de toename op de
filethermometer van Rijkswaterstaat lopen wij daar anders op
vast.
Ik dien een motie in waarin wij om twee zaken vragen.
Misschien kan de wethouder op een aantal zaken al meteen
antwoorden. Ten eerste: er ontbreekt nog een bedrag van drie-
tot vierhonderd miljoen gulden. Gezien onze andere wensen op
infrastructuurgebied kan dit niet uit de gemeentekas komen. Dat
moet echt van het Rijk komen of er moet nog een particuliere
investeerder komen, maar die kans acht de commissie Blankert
vrijwel nihil. Ten tweede: wat wij ook doen, hoe snel wij de
verschillende infrastructuurprojecten ook aanleggen, voor de
komende vijf of zes jaar zijn wij daar niet klaar mee en zullen
wij iets anders moeten doen. Ik vraag het College hoe het denkt
te voorkomen dat wij geheel vastlopen. Het tweede deel van de
motie is te vragen, in overleg met de provincie, het ROA en het
Rijk, wat wij in de tussentijd moeten doen om te voorkomen dat
de zaak helemaal vastloopt.
(Mevr. VAN OUDENALLEN: Een autoweg is sneller
aangelegd dan de Noord-Zuidlijn of een verlengde daarvan. Ik
stel voor eerst het een aan te leggen en tegelijkertijd te
beginnen met het ander. Als het niet meer nodig is, kan men een
van de twee weer platleggen. Zijn dat suggesties? Nu zitten wij
met een of/of-situatie. Moet het niet en/en worden?)
Als u die filethermometer zelf eens zou lezen, zou u zien
dat die files maar zeer gedeeltelijk door de Coentunnel worden
veroorzaakt, maar de knelpunten ontstaan hoe langer hoe meer
bij de aansluitende wegen, zoals de weg Schiphol-Amsterdam. Dat
heeft niets te maken met de Coentunnel. Ook het aantal
ongelukken heeft te maken met de dramatische toename van het
aantal files doordat er bijvoorbeeld een kop-staartbotsing
ontstaat, waardoor er een file komt van wel tien of vijftien
kilometer lang. Dat heeft niets met de capaciteit te maken. Dat
neemt in een dramatisch tempo toe. De borden zijn niet van mij
maar van Rijkswaterstaat. Met andere woorden: aanleg van de
Coentunnel zelf is onvoldoende, maar men moet beide doen.
(Mevr. VAN OUDENALLEN: U zegt dat de capaciteit
voldoende is. Dat kunt u toch niet menen? Ik ken het boekje
ook.)
U moet mij goed citeren.
(Mevr. VAN OUDENALLEN: U zegt net dat de capaciteit
voldoende is. Dat wil ik best uit de notulen halen.)
Ik antwoord niet op vragen als u mij onjuist citeert.
(De heer VAN POELGEEST: U zegt net dat er tal van
oorzaken zijn waardoor die files ontstaan en de belangrijkste
heeft u net opgesomd. Maar daar zit de Coentunnel als knelpunt
niet bij. Dat is blijkbaar niet het argument om nu te kiezen
voor een gigantische uitbreiding.)
Nee, de Coentunnel is een van die knelpunten, alsmede de
vervlechting van het aantal wegen vlak daarvoor, zoals
duidelijk is te zien bij Noord. De wegen staan daar vast op het
moment dat je van twee naar een rijstrook gaat. De Coentunnel
is een van de knelpunten maar een groot deel van de knelpunten
ligt dus ook aan andere oorzaken ten grondslag.
Ik dien de motie hierbij in.
 
De VOORZITTER deelt mede dat is ingekomen:
 
29? Motie van 16 januari 2002 van de raadsleden Bijlsma en De
Vries inzake maatregelen om toename van het aantal files op de
A10 en aansluitende hoofdwegen te stoppen (Gemeenteblad afd. 1,
nr. 85).
 
De motie wordt voldoende ondersteund en terstond in
behandeling genomen.
 
De heer FRANKFURTHER: Mijnheer de Voorzitter. Door het
uitstel dat wij hebben gekregen, hebben wij ons beter kunnen
verdiepen in de materie op ambtelijk niveau, ook in de
provincie en in Den Haag. Ik dank het College voor het uitstel.
De fractie van D66 houdt echter gemengde gevoelens over de
Coentunnel. Dat zal u niet verbazen. Enerzijds moet er iets aan
het fileprobleem gebeuren, anderzijds is het de vraag of je de
automobilisten dan zoveel meer ruimte moet geven dat sommige
treinreizigers niet meer de verleiding kunnen weerstaan weer in
de auto te kruipen. Het meest milieuvriendelijke alternatief,
de MMA-variant, is een briljante vondst.
De vraag is hoe wij voorkomen dat, als de tunnel over
tien jaar opengaat en er nog veel meer files zijn dan nu, de
toekomstige minister van Verkeer en Waterstaat, de heer Egbert
de Vries van de Partij van de Arbeid, bij de opening alle tien
rijstroken openzet. De rechtervleugel van onze fractie zou dat
niet eens betreuren. Verder verschuift de MMA-variant de
fileproblematiek linea recta naar het knooppunt Nieuwe Meer en
de A4. Wel hebben wij ons ervan laten overtuigen dat de
reservering voor doelgroepenverkeer niet realistisch en
misschien zelfs niet wenselijk is. De heer Bijlsma ging daar al
op in. Dit zal leiden tot een enorme hoeveelheid extra asfalt
en daar zit onze fractie, althans een gedeelte daarvan, niet op
te wachten.
(Mevr. BOERLAGE: Zou u mij kunnen vertellen welk
deel van de fractie dat vindt?)
Wacht u maar even tot het vervolg van het debat.
 
De heer VAN POELGEEST: Mijnheer de Voorzitter. Reeds op
30 september 1998 heeft deze gemeenteraad een standpunt
ingenomen namens Amsterdam over capaciteitsuitbreiding bij de
Coentunnel. Leidraad bij dat standpunt was dat die uitbreiding
niet mocht leiden tot een toename van het woon-werkverkeer op
de A10-west. Dat is duidelijk afgesproken. Op basis van dat
uitgangspunt kwamen wij toen uit op een variant waarbij er
tweemaal twee rijstroken bij de bestaande Coentunnel bij zouden
komen. Niet meer, omdat wij bang waren dat er anders sprake zou
zijn van toename van het woon-werkverkeer op de A10 en het
verkeer daar zou vastlopen. Ook vonden wij dat het openbaar
vervoer als alternatief niet meer geloofwaardig was. Over dat
standpunt is toen lang gediscussieerd. De meerderheid van de
Raad kwam uit op een variant van tweemaal twee rijstroken. Dat
standpunt is later in de Raad nog aangescherpt met een motie
van de fractie van de PvdA, waarbij werd gesteld dat er
doelgroepstroken moesten komen voor het zakelijk verkeer. Dat
gaat wel ten koste van het overige verkeer. Tot slot gingen wij
ervan uit dat die tweemaal twee-uitbreiding alleen mogelijk was
op het moment dat ook rekeningrijden als instrument zou zijn
ingevoerd waardoor de ochtendspits zou worden verminderd.
Voorts moest ook een aantal OV-verbindingen zijn gerealiseerd.
Dat standpunt was voor GroenLinks een compromis maar nog
wel net aanvaardbaar. Het voorliggende voorstel voldoet
absoluut niet aan het eerdere standpunt van deze Raad. Men zou
dus denken dat wij dit niet willen. Wij hebben er indertijd
lang over gediscussieerd en ik kan mij moeilijk voorstellen dat
er nu allerlei nieuwe argumenten zijn waardoor wij ineens
vinden dat een grotere capaciteitsuitbreiding wel gewenst is.
Waarop wijkt dit voorstel af van het toen ingenomen standpunt?
Op een aantal punten: Bij de nu gekozen variant met die ene
buis waarin stroken worden gewisseld, betekent het dat er 's
morgens vijf stroken de stad inkomen en 's middags vijf stroken
de stad uitgaan. Dat is essentieel want dat is de
verkeersrichting waar op dat moment de meeste auto's komen. Het
is dus een uitbreiding van twee naar vijf rijstroken. De
berekeningen zitten er nu niet bij, maar het zal mij niet
verbazen als dat leidt tot niet alleen meer ruimte voor het
zakelijk verkeer maar ook tot een toename van het woon-
werkverkeer omdat men liever niet de trein neemt maar in de
auto stapt omdat er weer kan worden doorgereden.
(De heer HUFFNAGEL: Waarom zegt u dat lachend?)
Wij moeten nog maar zien of het over tien jaar nog wel
goed gaat met de NS. Misschien weet u dat, maar ik niet. Met
die uitbreiding naar vijf stroken worden de mensen in de
verleiding gebracht weer in de auto te stappen.
(De heer BIJLSMA: U hebt ook gezien dat het College
en het ROA uitgaan van een stap voor stap benadering met als
criterium voor het al of niet openzetten van ‚‚n rijstrook
extra, die je bovendien kunt gebruiken als busbaan, dat het
niet mag leiden tot extra files op de A10 en verderop. U gaat
ervan uit dat die vijf rijstroken meteen in gebruik worden
genomen maar dat stelt het College niet voor. U geeft een
onjuiste weergave van de zaak.)
Volgens mij geef ik een uitstekende weergave van het
voorstel. Het is de eerste variant. Er komen acht stroken
beschikbaar waarvan vijf de stad in en drie de stad uit. Er
zijn nu twee rijstroken beschikbaar om de stad 's morgens in te
komen en dat wordt verhoogd naar vijf, hetgeen een enorme
capaciteitsuitbreiding is. Er liggen er overigens in potentie
meer. Er komen er nu twee keer drie bij, dan liggen er tien
stroken en in het huidige voorstel wordt gezegd dat wij er van
acht gebruik zullen maken. Mijn vrees is dat dit de kat op het
spek binden betekent, want als er tien stroken liggen is het
gemakkelijk ze alle tien te gebruiken. Ik moet nog zien of het
bij die acht rijstroken blijft, maar zelfs in dat geval is het
nog een enorme capaciteitsuitbreiding en dat kan alleen nog
maar meer worden.
(De heer BIJLSMA: Dat was het eerdere voorstel. Het
gaat er juist om dat er extra rijstroken bijkomen.)
Nee, het eerdere voorstel was vier stroken de stad in en
niet vijf stroken zoals nu. Verder voldoet het voorstel ook
niet omdat het rekeningrijden geen harde randvoorwaarde meer
is. Over doelgroepstroken ben ik het met de heer Bijlsma eens
dat dit technisch moeilijk is. Dat kan nu niet meer maar
wellicht is een busbaan mogelijk. Dat moeten wij verder
onderzoeken. OV-verbindingen die moeten worden gerealiseerd
zitten er ook niet meer in als harde voorwaarde. Bovendien is
er onduidelijkheid over de financiering omdat er nog een gat is
van drie- tot vierhonderd miljoen gulden.
Ik heb de motie van de PvdA bekeken en wat mij nu
bevreemd is dat zij in de commissie in eerste instantie niet zo
tevreden waren met dit voorstel omdat een aantal van die harde
voorwaarden ontbrak. De belangrijkste die door de heer Bijlsma
in de commissie werden genoemd is dat het rekeningrijden
ingevoerd moest worden, gedifferentieerd naar tijd en plaats,
en de uitspraak dat Amsterdam er niet extra geld in moet
stoppen omdat dat hard nodig is voor openbaar
vervoersvoorzieningen.
Ik constateer dat in de motie onder het besluit de
voorwaarde over het rekeningrijden er niet staat. Die heeft de
heer Bijlsma laten vallen. Dat betreur ik. Het stelt mij niet
gerust dat over het geld een formulering staat om aan de Raad
voor te leggen dit als uitgangspunt te nemen bij besprekingen,
dus geen harde voorwaarde. Ik voel al aan dat er een bedragje
voor Amsterdam uit gaat komen.
(De heer BIJLSMA: Nee, het uitgangspunt is dat het
Rijk...)
Ik stel u voor dat u uw motie dan wijzigt door te zeggen
dat er geen cent van Amsterdam in gaat zitten. Dat is een
heldere, begrijpelijke tekst. Dan kan ik misschien nog met uw
motie meegaan, maar zoals het er nu staat schept dat
verwarring.
(De heer BIJLSMA: Als er staat 'als uitgangspunt
nemen dat het Rijk moet betalen' dan betekent dat het Rijk dat
moet betalen en de gemeente niet.)
Ik stel u voor om gewoon op te schrijven dat Amsterdam er
geen cent in stopt.
(De heer PIERSMA: Gaat u dan met de motie mee?)
Ja, dan ga ik met de motie mee. U moet dan ook duidelijk
uitspreken dat het rekeningrijden moet zijn ingevoerd. Dat heb
ik al in de commissie gezegd. Het is jammer dat de PvdA de
motie heeft afgezwakt.
Men begrijpt dat wij de voordracht zoals die er nu ligt
niet kunnen steunen en ook de motie niet, maar wellicht kan dat
in de loop van de avond nog veranderen.
 
De heer HUFFNAGEL: Mijnheer de Voorzitter. De fractie van
de VVD is voorstander van de aanleg van de tweede Coentunnel.
Het is goed voor de bereikbaarheid van Amsterdam. Iedereen die
boven het IJ woont en werkt weet dat de tunnel juist daar van
groot belang is. De burgemeester van Zaanstad heeft daar vaak
op gehamerd. Een tweede Coentunnel alleen is niet voldoende.
Het moet niet daarbij blijven. Ook de Noord-Zuidlijn moet
worden doorgetrokken naar Zaanstad.
De heer Van Poelgeest heeft gelijk als hij zegt dat hier
iets anders ligt dan een paar jaar geleden is besproken. Dit is
namelijk beter! Het een en ander is uitgezocht, zoals die
doelgroepstroken. Dat is praktisch niet haalbaar. De Coentunnel
voorziet in de nodige stroken om 's morgens Amsterdam in te
komen en 's middags in vijf stroken de andere kant op. Dat is
prachtig en hoe eerder hoe beter. Wij spreken al dertig jaar
over een tweede Coentunnel dus het wordt tijd dat wij er eens
aan beginnen. In de commissievergadering hebben wij het onder
andere gehad over de krantenkop waarin staat dat de minister
tegenstander van de tweede Coentunnel is. De kop luidde: Tweede
Coen, niet doen' en 'Minister tegen tweede Coen'. Mijn partij
was de enige die de moeite nam naar het ministerie te bellen om
te vragen of dat ook werkelijk zo was. Wij kregen toen te horen
dat dit niet het geval was en dat de minister nog steeds vindt
dat die tweede Coentunnel moet worden aangelegd. De minister
vindt het wel logisch dat als er andere afspraken komen dan er
in eerste instantie zijn gemaakt, Amsterdam komt overleggen.
Dat leek mij niet onredelijk en ik heb in de commissie gezegd
dat de wethouder dat zo snel mogelijk moet doen. Ik ben
benieuwd of de wethouder daarover al contact heeft gehad. Als
hij het geld al binnen heeft, kunnen wij een deel van de motie
van de PvdA als overbodig verklaren. Als hij het nog niet heeft
gedaan, is het nuttig dit op papier te hebben en dan zullen wij
dat steunen.
Wij stemmen voor de voordracht want de tweede Coentunnel
is een heel goed plan. Daarnaast moet er uiteraard worden
ge‹nvesteerd in openbaar vervoer, maar dat staat daar los van.
 
De heer GOEDHART: Mijnheer de Voorzitter. Achteraf gezien
vinden wij het een goed voorstel dat wij de zaak niet meer in
december hebben behandeld maar hebben gewacht tot nu. Het ROA
kon voorspoedig een besluit nemen, ongehinderd door allerlei
details die uit deze Raadsvergadering naar voren hadden kunnen
komen. Dank aan GroenLinks voor de steun om deze zaak eindelijk
vlot aan te pakken. Er is een heel redelijk compromis
uitgekomen. Het maakt zelfs mogelijk dat er busbanen door de
tunnel worden gelegd. Het is dus ook een ideale
openbaarvervoeroplossing zolang wij de Noord-Zuidlijn nog niet
hebben. Wij vinden dat er zo snel mogelijk met de aanleg moet
worden begonnen. Ik schrik er een beetje van dat het pas over
tien jaar zou kunnen opengaan. Dat is misschien nog wel later
dan de Noord-Zuidlijn.
Ik heb nog een opmerking over de financi‰n. De heer
Bijlsma deed interessante mededelingen daarover, maar mijn
fractie is ook van mening dat wij daarin niet per se extra geld
in moeten steken. Het is een rijksweg met een rijksbudget.
 
De heer PAQUAY: Mijnheer de Voorzitter. Ik vraag mij wel
eens af of files niet gewoon bij deze tijd horen en wij ze niet
gewoon moeten laten zijn voor wat ze zijn in de hoop dat mensen
daaruit hun conclusies trekken en op zoek gaan naar een
alternatief. Als die theorie waar is, is het zaak voor de
politiek aan de alternatieven te werken. Voorstemmen voor dit
voorstel betekent toch, als je ook naar de voordracht kijkt,
dat de Noord-Zuidlijn absoluut moet doorgaan. Dat is immers een
door het Rijk gestelde voorwaarde op het gebied van de OV-
projecten. Voorstemmen met dit besluit betekent ook dat je
akkoord gaat met de Westrandweg en dat is niet zo best voor de
Brettenzone. Voorstemmen betekent ook akkoord gaan met een
vooralsnog twijfelachtige financiering. Een tekort van drie tot
vierhonderd miljoen gulden is al aan de orde geweest. Ik kan
mij niet aan de indruk onttrekken dat hoeveel asfalt je ook
neerlegt, zelfs als de file enigszins korter wordt of oplost,
het altijd maar een tijdelijke maatregel is. Voor je het weet
staat er weer een file. Zodra men weet dat een bepaalde tunnel
weer bereikbaar is, duikt men de auto in, vooral als er weinig
of geen alternatieven zijn.
Kortom, wij vinden dit een heilloze weg en het zal u
duidelijk zijn dat wij deze voordracht niet kunnen steunen.
 
De heer VAN LOHUIZEN: Mijnheer de Voorzitter. Dat geldt
ook voor onze fractie. Wij waren indertijd al geen voorstander
van het compromis zoals de heer Van Poelgeest dat verwoordde.
Met wat er nu voorligt, zijn wij dat zeker niet. De heer
Frankfurther mag het briljant vinden en ik ben het met hem eens
dat je het asfalt dat je hebt zo optimaal mogelijk moet
benutten. Maar laten wij dan, afgezien van het
faseringsverhaal, helder zeggen dat de term 'meest
milieuvriendelijke variant' nogal eufemistisch is als je
bedenkt dat bij een geschat gemiddelde van elfduizend auto's in
de ochtendspits er met die wisselstroken nog eens duizend extra
kunnen worden doorheen gepompt. Dat is wel degelijk veel meer
auto's dat nu het geval is en wij zouden die term
'milieuvriendelijk' dan ook niet in de mond willen nemen.
Wat wij positief vinden is dat die betaalstroken
eindelijk van de baan zijn. Wij hadden toen en nu het argument
dat je geen tweedeling op de weg moet organiseren. Weliswaar
wordt er met een heel ander argument van afgezien, namelijk dat
het technisch niet lukt, maar je moet een gegeven paard niet in
de bek kijken. Ze zijn van de baan en dat is winst. Dat is dan
in feite het enige. Ik hoor hier niemand zeggen, en voor mij is
het toch wel belangrijk, dat wij weten dat het bedrijfsleven
een sterke lobby voert voor de uitbreiding van die tweede
Coentunnel. De minister heeft het bedrag van 1,85 miljard
gulden nadrukkelijk ter beschikking gesteld voor PPS (Publiek
Privaat Samenwerkingsprojecten). Wat heeft de commissie-
Blankert geadviseerd? Het bedrijfsleven wil de uitbreiding van
de Coentunnel wel maar wil daar niet aan meefinancieren. Als
het bedrijfsleven wel de lusten maar niet de lasten wil, denk
ik dat het wel zal meevallen met die behoefte van het
bedrijfsleven anders hadden zij vast wel hun nek verder
uitgestoken en zich bereid verklaard tot cofinanciering over te
gaan.
(De heer HUFFNAGEL: Wij leggen die tunnel toch niet
enkel en alleen aan voor het bedrijfsleven?)
Nee, dat zeg ik ook niet. Ik zeg wel dat de argumenten en
de lobby van het bedrijfsleven wat minder serieus zijn geworden
als zij niet bereid zijn mee te betalen. De wethouder stelt
voor, samen met BONR, die 1,85 miljard gulden volledig voor de
Coentunnel te reserveren. Denkt of weet u misschien of de
minister, die nadrukkelijk dat bedrag voor PPS-projecten heeft
vrijgesteld, er berhaupt mee akkoord gaat als het
bedrijfsleven klip en klaar zegt dat zij niet gaat
meefinancieren. Daar zit ik mee en tot nu toe heb ik nog geen
antwoord op deze vraag gekregen.
De opmerkingen van de heer Van Poelgeest over de motie
van de PvdA steun ik volledig. Ook bij deze de vraag: zou u
niet duidelijk willen zeggen dat Amsterdam er geen cent aan
gaat bijdragen. Ik zeg u eerlijk dat wij de motie dan zullen
steunen, maar ons eindoordeel over deze voordracht zal niet
wijzigen. Maar wij vinden dit wel een goede extra voorwaarde.
De laatste vraag stel ik aan onder andere de PvdA: U heeft als
voorwaarde gesteld, en dat hebben wij altijd ondersteund, de
Hemboog en de Noord-Zuidlijn. Heeft u nu het gevoel dat de
besluitvorming over de Noord-Zuidlijn in een dusdanig stadium
verkeert dat u dat genoeg vindt om nu maar snel te besluiten
tot de uitbreiding van de tweede Coentunnel? De heer Goedhart
zei het ook al, ik moet nog maar zien of die Noord-Zuidlijn er
eerder ligt dan de uitbreiding van de Coentunnel volgens de
huidige planning. Ik geloof er eerlijk gezegd niets van.
(De heer BIJLSMA: U hebt gelijk dat het feitelijke
besluit over de totale financiering en het go/no-go-besluit
voor de Noord-Zuidlijn nog niet is geregeld. Maar hetzelfde
geldt voor de aanleg van de Coentunnel waar het bedrag van 300
miljoen gulden ook nog ontbreekt. Om die reden heb ik dat in de
motie gezet.)
Ons advies aan de minister zou zijn: 'Tweede Coen, niet
doen'.
 
Mevr. VAN OUDENALLEN: Mijnheer de Voorzitter.
Ons advies
aan de minister is: 'Tweede Coen, gewoon doen'. Toen ik de heer
Bijlsma wilde interrumperen en de burgemeester ingreep, dacht
ik: wat in de krant staat is waar, want daar staat het ook dat
hij dan automatisch ingrijpt. Andere dingen in Het Parool zijn
nooit door mij gezegd. Bij deze.
Het is prettig te horen dat een openbaar-
vervoerspecialist als de heer Bijlsma ook inzicht krijgt in
verkeersbewegingen. Hij heeft namelijk gezegd dat het
terugbrengen van twee rijbanen naar ‚‚n opstopping veroorzaakt.
Daarvoor dank, want dat is waarvoor in Amsterdam wordt
gevochten terwijl de PvdA zegt dat dat wel prettig is. Zo komt
dat over op de burgers.
Toen ik de motie-Bijlsma las dacht ik dat het eindelijk
de goede kant op gaat. Hij wil beginnen met de alternatieven.
Daarom vroeg ik al of er andere mogelijkheden zijn. Ik denk aan
watermogelijkheden of op sommige momenten uitbreiding van het
openbaar vervoer. Feit blijft dat er op een gegeven moment een
tekort is. Of je moet zeggen dat er geen babies meer geboren
mogen worden, anders heb je over twintig jaar nog een aantal
automobilisten, ¢f je plaatst daar een hek en er mogen maar
zoveel mensen langs die weg. Ik denk dat de PvdA toch wel
betere idee‰n heeft en als het een beter idee is dat u zegt dat
de discussie op gang moet komen, dan hoop ik dat het niet
alleen blijft bij discussies maar dat er ook daden van de PvdA
komen. Ik kan mij voorstellen dat dat geld kost, misschien van
het bedrijfsleven, misschien van de gemeente Amsterdam. Om die
reden alleen al steun ik de motie-Bijlsma. Ik verwacht wel meer
daden, oftewel: 'Tweede Coen, gewoon doen'!
 
Wethouder STADIG: Mijnheer de Voorzitter. De heer Bijlsma
heeft wel het meest integrale verhaal gehouden. Hij heeft het
niet alleen over openbaar vervoer gehad, maar ook over de auto.
Zo moet je het ook zien. Als wij het nog integraler doen,
pakken wij het Noordzeekanaal van de Noordzee tot het
IJsselmeer. Wij tellen dan de stroken die onderdoor gaan: dan
hebben wij twee keer twee is vier in de Velsertunnel; twee keer
drie is zes in de Wijkertunnel; twee keer twee nu in de
Coentunnel; twee keer twee in de IJtunnel; twee keer een op de
Schellingwouderbrug en tenslotte twee keer drie in de
Zeeburgertunnel. In totaal zijn dan 26 stroken en daar komen er
dan vier bij. De dramatische capaciteitsuitbreiding die de heer
Van Poelgeest hier wil verkopen valt dus reuze mee, het is
vijftien procent over al die stroken.
Wij kijken ook even naar het openbaar vervoer. Er liggen
nu twee rails in de Velserspoorwegtunnel en drie in de
Hemspoortunnel en er komen er straks twee bij in de Noord-
Zuidlijn. Omdat de Hemboog een echte Hemboog wordt met een
station, tel ik daar ‚‚n erbij, dan ga je van vijf naar acht.
Dat is een uitbreiding met vijftig procent. Dat zijn alle
plannen zoals ze nu voorliggen. De openbaar vervoerscapaciteit
uitbreiden met 50 procent, de wegcapaciteit uitbreiden met
vijftien procent en tegen de achtergrond van wat de heer
Bijlsma zei over de verwachtingen van het autoverkeer is het
wel duidelijk waar wij op inzetten en waar niet.
Dit is dus allemaal helemaal niet dramatisch en
angstwekkend. Het is een bescheiden capaciteitsuitbreiding die
op een bepaalde manier nog eens een uitbreiding van onze Ring
geeft.
De heer Bijlsma maakte een opmerking over het vastlopen
van de A10 en wat wij daaraan kunnen doen in de komende jaren.
Op dit moment hebben wij met Rijkswaterstaat twee zaken op de
korrel die de komende jaren wat moeten gaan opleveren. Het is
ene is heel banaal: Ik weet niet of u wel eens achter een
vrachtwagen hebt gezeten die veel te hoog is en door het oog
wordt gedetecteerd waarna het licht op rood springt. U staat
dan achter die vrachtauto en er komt een autootje van opzij
over de vluchtstrook en die meet of de auto echt te hoog is.
Dat is meestal niet zo en daarna mag iedereen weer doorrijden.
Het aantal incidenten is in negentig procent vals alarm. Dat
komt omdat het oog niet goed werkt. Dat hebben ze opgelost bij
Rijkswaterstaat: er komt binnenkort een beter systeem en van de
foutmeldingen gaat negentig procent af. Alleen dat al zal een
gelijkmatige doorstroming veroorzaken, hoe klein het ook is.
Het tweede is belangrijker. Wij hebben met
Rijkswaterstaat en onze dIVV ons in toenemende mate
gerealiseerd dat het hele verkeerssysteem ‚‚n geheel is en ook
als ‚‚n geheel georganiseerd moet worden. Er is een
verkeerssysteem in de maak dat heet DIVM, integraal
verkeersmanagement. De bedoeling is om de elektronica die de
grote borden van Rijkswaterstaat op de Ringweg aanstuurt, te
koppelen aan de elektronica die straks ons
parkeerverwijzingssysteem aanstuurt en op het hoofdnet. Dan
hebben wij straks een geheel. De bedoeling is het geheel dag en
nacht draaiende te houden door bij te sturen waar dat nodig is.
Dat is de software waaraan wij gaan werken en nu eens niet de
hardware. U merkt dat al aan die doseerstoplichtjes die
geplaatst zijn. Het zijn simpele maatregelen die ervoor zorgen
dat de stroom gelijkmatig blijft vloeien en dan is de
verstoring het geringst. Dat is het project waaraan wij het
komende jaar gaan werken en ik hoop dat dit de heer Bijlsma nog
enige hoop geeft in zijn somberheid.
Ik maak nog wat opmerkingen over de diverse projecten. De
heer Bijlsma zei al dat de Hemboog de facto wordt gebouwd, met
perrons erbij. De Noord-Zuidlijn hebben wij hier binnen een
paar maanden voorliggen. De verschillende studies waarnaar de
heer Bijlsma vraagt lopen of zullen ruim op tijd zijn afgerond.
Dat is geen probleem want het staat allemaal op het programma.
U weet dat de minister en de Kamer nu zover zijn dat de
kilometerheffing er wel zal komen. Die zal weliswaar in eerste
instantie 'plat' zijn, zoals dat voor liefhebbers heet, maar de
mogelijkheid om in tweede instantie te differenti‰ren wordt
ingebouwd, mede op verzoek van de grote vier. Wanneer dat
instrument gebruikt gaat worden is koffiedik kijken en de
verkiezingen afwachten. Als de heer Bijlsma gelijk heeft met
zijn mobiliteitsgroei van vijftig procent, zal men weinig
middelen over hebben op rijksniveau en zal het er vroeg of laat
wel van komen.
Wat het bedrag van 300 tot 400 miljoen gulden betreft ben
ik het met de heer Bijlsma eens dat wij als uitgangspunt moeten
kiezen dat de gemeente hieraan niet meebetaalt, want wij hebben
al het nodige gedaan. Er moet voor de Noord-Zuidlijn ook nog
het nodige gebeuren.
De vraag werd gesteld of de minister het wel zal
goedvinden als een bedrag van 1,5 miljard gulden wordt ingezet
zonder dat er sprake is van PPS. De minister zou de PPS
regelen. Het was haar commissie-Blankert. Zij kan moeilijk
Amsterdam en de regio verwijten dat wij die PPS niet voor
elkaar hebben. Ik heb bovendien nog een interessante optie in
de aanbieding voor de minister. Dat hebben wij als grote vier
al een paar keer opgeschreven als commentaar op het rapport
Blankert, namelijk dat er eens gedacht moet worden aan een
regionale mobiliteitsheffing naar Frans model. Want wat is nu
het probleem met het bedrijfsleven? Het is niet zo dat het
bedrijfsleven helemaal niets wil. Het is het probleem van de
`free rider' zoals dat heet. Stel, je zit met twintig bedrijven
in het westelijk havengebied. Er komt iemand langs die vraagt
of iedereen een beetje wil meebetalen aan de Westrandweg en dan
gaan er vijftien akkoord. En dan is er ‚‚n die denkt: als ik
het nu niet doe en al die anderen wel, dan komt die weg er en
dan zit ik goed. Als die anderen dat horen, doen zij ook niets
en dan wordt het nooit wat. Dat kan alleen maar worden
doorbroken door een vorm van verplichte heffing te maken en dan
kom je bij de mobiliteitsheffing. Het komt allemaal wel op zijn
pootjes terecht maar het duurt wat langer. Ik ben nog niet zo
ver om te zeggen dat de gemeente het moet betalen, integendeel,
ik zie goede mogelijkheden het zo te regelen en als de minister
dat niet wil, mag ze van mij ook wel zelf betalen.
De heer Frankfurther heeft gemengde gevoelens. Ik hoop
dat het voor u wat rustiger wordt. Wellicht kunt u de eenheid
in uw rijen weer hervinden, misschien in een schorsing, want
het valt allemaal reuze mee. Wat minister De Vries over een
aantal jaren doet, stiekem meteen de kraan openzetten, zo ken
ik de heer De Vries niet. U trouwens ook niet. Maar om hem
tegen die tijd tegen zichzelf te beschermen, moeten wij het wel
goed vastleggen. Dat staat ook in de voordracht. Belangrijker,
de minister voor Rijkswaterstaat krijgt hetzelfde belang als
wij. Daardoor is dat compromis ook mogelijk geworden. De
gedachte dat het geen zin heeft de kraan open te zetten als de
file zich alleen maar verplaatst, is als je het hele
verkeerssysteem als ‚‚n geheel opvat en beheert een volstrekt
logische gedachte. Zo denkt Rijkswaterstaat er ook over. Ik
vertrouw op het gezonde verstand van mensen, in het bijzonder
de ingenieurs van Rijkswaterstaat.
De opmerking van de heer Van Poelgeest wil ik
relativeren. Die enorme capaciteitsuitbreiding die tussen de
NMA en de twee keer vier-variant zit, is van elfduizend naar
twaalfduizend gegaan. Dat is nog geen tien procent en valt mee.
De heer Huffnagel vroeg of ik met de minister heb
overlegd. Ik was enigszins verbaasd over het krantenbericht
omdat ik dit namelijk allemaal in goed overleg in de Stuurgroep
BONR met haar hoofdingenieur/directeur had uitgedokterd. Dat
overleg was al heel goed en toen alle misverstanden uit de weg
waren geruimd, was het nog steeds goed.
(De heer HUFFNAGEL: Het antwoord is dus nee?)
Ik heb naar aanleiding van het interview niet opnieuw
overlegd, maar heb wel bericht gekregen dat ik het allemaal
anders moest begrijpen. Maakt u zich maar geen zorgen.
(De heer VAN POELGEEST: Mogen wij dan ook weten hoe
wij het dan moesten begrijpen? Wij hebben het kennelijk
allemaal verkeerd begrepen.)
De minister was wat teleurgesteld dat wij die PPS niet
hadden opgelost. Die had zij zelf natuurlijk ook niet opgelost.
Dan moet je je over je teleurstelling heen zetten want wij
moeten weer verder met elkaar.
De heer Paquay heeft gezegd dat de Westrandweg slecht is
voor de Brettenzone. Dat hoeft niet het geval te zijn als het
gaat zoals de heer Frankfurther wil, namelijk met een tunnel er
onderdoor. Als het gaat zoals ik bepleit, met slanke hoge poten
er hoog overheen, dan blijft de Brettenzone helemaal intact en
kunnen alle bretten daar vrolijk onder krioelen.
De heer Van Lohuizen heb ik beantwoord en mevr. Van
Oudenallen was het met mij eens.
Met de motie heeft het College geen problemen.
 
De heer BIJLSMA: Mijnheer de Voorzitter. Ik stip drie
punten kort aan. Er bestaat kennelijk misverstand over de
kilometerheffing. GroenLinks zegt dat het er helemaal niet in
staat. Dan citeer ik mijn eigen motie: bij 'voorts overwegende'
staat dat het DB van het ROA blijkens de voordracht van 18
december 2001 'veel waarde hecht aan de stap voor stap
ingebruikname met een krachtig instrument voor de
kilometerheffing zodat niet weer nieuw verkeer wordt
aangezogen.' Ik heb zelf expliciet gevraagd aan het dagelijks
bestuurslid van het ROA wat zij vond van die heffing wat tijd
en plaats betreft en heb gevraagd de notulen eerder op te
sturen. Die waren er dit weekeinde. Ik citeer mevr. Blankes:
'De kilometerheffing maakt het mogelijk, zeker vanaf 2006, als
een systeem van differentiatie naar plaats en tijd, dat kan
worden ingevoerd een differentiatie aan te brengen waardoor
gedragsbe‹nvloeding kan worden bewerkstelligd.' Vanuit de
regio, dat heeft de wethouder al bevestigd vanuit de grote
vier, is er bij de minister op aangedrongen dat het
wetsvoorstel die ruimte biedt. Met andere woorden, klip en
klaar de mogelijkheid van een differentiatie naar plaats en
tijd.
(De heer VAN POELGEEST: Ik geloof best dat al die
bestuurders dat zouden willen. Wat u in de commissie hebt
gebracht was net een slag anders, namelijk een voorwaarde. Het
moest gerealiseerd zijn en pas dan zou die Coentunnel worden
gebouwd. En het is een wereld van verschil door tegen Den Haag
te roepen dat wij het graag willen of om het als harde
voorwaarde te formuleren. Dat was u van plan. Ik vond dat een
goed punt en daarin wilde ik u graag ondersteunen maar u stelt
het niet meer voor. Dat is zonde.)
 
Hier hebben wij de schoonschrijvers van GroenLinks weer.
Het DB van het ROA heeft een besluit genomen over die
voordracht. Dat staat er klip en klaar in, mondeling toegelicht
zoals ik net heb geciteerd. Bij u is het inderdaad nooit
genoeg. Nu, voor ons was het een heldere uitspraak.
(De heer VAN POELGEEST: Het was uw eigen voorstel
in de commissie en dan gaat u mij iets verwijten!)
Wij hebben inmiddels een ROA-vergadering gehad...
(De heer VAN POELGEEST: Zegt u dan gewoon!)
... waar dat besluit nog eens klip en klaar is uitgelegd
en waar ook de voordracht van het DB van het ROA nog eens
mondeling is toegezegd, sterker nog, door het DB van het ROA
bij de minister is op aangedrongen. Maar het is voor GroenLinks
nooit genoeg, al gaan mensen op hun kop staan, dan gelooft men
het nog niet!
(De heer VAN POELGEEST: Ik wil uw oorspronkelijke
voorstel steunen. U zegt dat te veel is ge‰ist?! Dan weet ik
niet meer wat ik nog wel van u mag vragen. Ik wil uw voorstel
steunen maar u doet uw voorstel niet! Dat vind ik zo jammer.)
Omdat inmiddels het DB van het ROA zeer duidelijk heeft
gemaakt dat zij er achter staan, dat het voor hen ook de
voorwaarde is. Het is volstrekt overbodig dat nog toe te
voegen.
(De heer K™HLER: U hebt altijd alle stukken bij de
hand. Waar staat in de stukken van het DB van het ROA dat het
een voorwaarde is, zoals u zich net liet ontvallen?)
Ik citeer uit de voordracht van het DB van het ROA.
(Mevr. BOERLAGE: Mag ik als onafhankelijke
buitenstaander suggereren dat u de zin die u oorspronkelijk in
de motie had, erin laat. Dan is iedereen tevreden.)
Ik heb juist het DB van het ROA aangehaald en het besluit
daarbij en de mondelinge toelichting om te laten zien het
besluit inmiddels door het DB van het ROA is genomen en dat het
inmiddels vastligt. Het is overbodig dat hier nog eens te
bevestigen.
(Mevr. BOERLAGE: Overbodig om een fractie mee te
krijgen? Dat is toch heel belangrijk.)
Ik kom op het punt waarvan de heer Van Poelgeest zegt dat
als ik dat er in zet, zij meegaan. Blijkbaar vindt u dat als
uitgangspunt onvoldoende helder. Kennelijk wekt het woord
uitgangspunt misverstand en ik stel voor het te veranderen in
'standpunt in te nemen' in plaats van het als uitgangspunt te
nemen en dan de zin verder te laten zoals die is.
(Mevr. VAN OUDENALLEN: Gelooft u dan echt dat zij
om gaan?)
Ik rond af. Nog een opmerking over de tussentijdse
mogelijkheden. Ik ben blij met wat de wethouder heeft gezegd
over de vrachtwagens die de zaak blokkeren. Ook geldt dit voor
de dynamische verkeerselementen. Ik neem aan dat dat een betere
toeritdosering betekent. Zelf denk ik nog aan een limiet van 70
km/uur waarmee goede ervaringen zijn gedaan tijdens de
reconstructie van de A10 west. Het zal wellicht een onderwerp
van onderzoek kunnen zijn voor de tussenliggende periode en in
de toekomst een aparte strook voor busbanen.
 
De heer VAN POELGEEST: Mijnheer de Voorzitter. Ik kom
toch even terug op de voorwaarden.
(De VOORZITTER: Daar hebt u nog niets over
gezegd!!)
De heer Bijlsma was in de commissie heel duidelijk,
namelijk dat er twee voorwaarden voor de PvdA waren om akkoord
te kunnen gaan met de voordracht. De eerste voorwaarde was dat
het rekeningrijden gerealiseerd moet zijn en de tweede
voorwaarde was dat wij er geen extra geld bij zouden leggen.
Beide voorwaarden staan nog steeds niet in de motie. Over het
rekeningrijden wordt met geen woord gerept en als ik vraag of
de heer Bijlsma door hem zelf geformuleerde voorwaarden alsnog
in de motie wil zetten, dan overvraag ik iets wat hij van plan
was te doen. Dat mag je niet vragen, maar het zou toch heel
plezierig zijn als men van de commissie naar de Raad een
consistente lijn zou trekken en dat wel hier zou inbrengen. Het
tweede punt is het uitgangspunt te wijzigen in standpunt.
Iedereen kan een standpunt hebben over iets en ik geloof best
dat dit een standpunt is. Maar de hardere formulering is als
voorwaarde te nemen dat het resterende bedrag enzovoorts. Dat
is duidelijker. In dat geval steun ik deze kleine aanscherping
van het voorstel, hetgeen niet betekent dat wij het voorstel
steunen. Dat heb ik in de eerste termijn uitgebreid uitgelegd.
Ik vraag nogmaals aan de heer Bijlsma het woord uitgangspunt te
veranderen in voorwaarde.
(De heer BIJLSMA: In plaats van het uitgangspunt
stel ik voor het standpunt in te nemen).
"Voorwaarde" is veel helderder. Dat sluit namelijk uit
dat wij doorgaan met de Coentunnel als wij daar zelf geld in
moeten stoppen. Wilt u zich daar niet op vastleggen?
(De heer BIJLSMA: Wat is nu het verschil tussen
standpunt en voorwaarde?)
Ik denk dat dat heel helder is. Ik wil het u wel
uitleggen. Een standpunt is iets dat je vindt, waar je
mogelijkerwijs niet helemaal uitkomt maar waarin je je
uiteindelijk schikt en een compromis sluit. Een voorwaarde is
een ontbindende formulering. Als er niet aan wordt voldaan, doe
je niet mee. Dat is het verschil en u wilde eerder een
voorwaarde. Dat ondersteun ik nog steeds graag.
(Mevr. VAN OUDENALLEN: U probeert nu als een soort
schoolmeester de PvdA te vertellen hoe het zit. Ik ben nu even
kwijt wat u zelf wilt. Wilt u de motie nu ondersteunen of moet
er echt iets gebeuren? Of zit u de boel vol te praten omdat u
tijd heeft?)
Het laatste zou ik nooit doen. Ik zou graag de motie
ondersteunen als die re‰le betekenis heeft. Dat standpunt staat
al in de voordracht van het College zelf, dat voegt niets toe.
 
De heer HUFFNAGEL: Mijnheer de Voorzitter. Ik begrijp uit
het antwoord van de wethouder dat de minister nog niet heeft
toegezegd die driehonderd miljoen gulden te betalen. Dat
betekent dat het een nuttige motie is. Of het College dat
standpunt inneemt en daarmee de onderhandelingen ingaat, is mij
volkomen onverschillig.
 
De heer VAN LOHUIZEN: Mijnheer de Voorzitter. Ik steun
het verhaal van de wethouder over de totaliteit van verkeer-
auto-vervoer. Hij schets wat er in totaal aan noord-
zuidverbinding is en daarin heeft hij op een bepaalde manier
gelijk. Ik stel daartegenover dat wij moeten proberen de modal
split, de verhouding tussen auto en openbaar vervoer, om te
draaien. Dan is vijftig procent extra noord-zuidverbinding
re‰el tegenover vijftien procent auto. Er verandert niets aan
die modal split, sterker nog, het versterkt het aandeel van de
auto ten opzichte van de rail. Dat is volstrekt onvoldoende.
 
Mevr. VAN OUDENALLEN: Mijnheer de Voorzitter. Ik
concludeer dat GroenLinks veel tijd van iedereen misbruikt door
toch nee te zeggen tegen de motie.
 
Wethouder STADIG: Mijnheer de Voorzitter. Toen ik met
deze portefeuille kennis maakte, dacht ik dat het een harde,
technische, concrete portefeuille was. In de loop van de tijd
heb ik gemerkt dat juist in deze portefeuille aan woorden een
enorme betekenis wordt toegekend. Vandaar deze discussie. Ik
wil daar buiten blijven. Ik constateer dat in het gunstigste
geval de heer Van Poelgeest de motie steunt maar toch nog tegen
de voordracht gaat stemmen. Wij hoeven geen moeite te doen hem
binnen boord te houden. Ik adviseer de heer Bijlsma de motie te
houden zoals die was.
De heer Van Lohuizen zegt dat het niet genoeg is. Als de
railcapaciteit met vijftig procent wordt uitgebreid en de
wegcapaciteit met vijftien procent, dan be‹nvloed je de modal
split de goede kant uit.
(De heer VAN LOHUIZEN: Nee, die be‹nvloed je
helemaal niet, aangezien die verhouding al zo scheef is. Je
hebt om de automobiliteit met tien procent terug te dringen,
honderd procent extra openbaar vervoersaanbod nodig. Over die
verhoudingen spreken wij. Het is een gigantisch probleem.)
U zegt: het is niet genoeg. Dat zei zo, maar de richting
is wel de goede. Dat zijn wij toch met elkaar eens?
(De heer VAN LOHUIZEN: Nee, het bestendigt de
wanverhouding.)
Dat moet u dan eens buiten de vergadering uitleggen. Ik
kan dat niet begrijpen. Het College blijft de oorspronkelijke
motie steunen.
 
De VOORZITTER: Geeft dit de heer Bijlsma nog aanleiding
iets in zijn motie te veranderen?
 
De heer BIJLSMA: Wat je GroenLinks ook uitlegt, het helpt
allemaal niets. Ik laat de motie zoals die is. Ik geef het op.
 
De discussie wordt gesloten.
 
De heer FRANKFURTHER (stemmotivering): De fractie van D66
stemt in met de uitstekende motie van de PvdA. Zoals ook in de
ROA-raad gebeurde, zal onze fractie in meerderheid de
voordracht steunen. De grootst mogelijke minderheid zal echter
tegenstemmen en dat ligt niet aan de inzet van de wethouder,
die het voorstel met verve heeft verdedigd.
 
Aan de orde is de stemming over de ingediende motie en de
voordracht.
 
De motie-Bijlsma c.s. (nr. 85) wordt met zitten en
opstaan aangenomen.
 
De VOORZITTER constateert, dat van de bij de stemming
aanwezige raadsleden de leden Bakker, Boerlage, Codrington,
Danen, Grondel, Kalt, K”hler, Van Lohuizen, Paquay en Van
Poelgeest zich tegen de motie hebben verklaard.
 
De voordracht wordt met zitten en opstaan aangenomen; de
Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op blz. 4991 van afd.
1 van het Gemeenteblad.
 
De VOORZITTER constateert, dat van de bij de stemming
aanwezige raadsleden de leden Bakker, Boerlage, Codrington,
Danen, Frankfurther, Grondel, Kalt, K”hler, Van Lohuizen,
Paquay en Van Poelgeest zich tegen de voordracht hebben
verklaard.
 
..........................................
.................................................
....................................
..........................

De vergadering wordt om 22.42 uur gesloten.